In de 19e eeuw was de huisvesting voor de arbeidende klasse bijzonder ellendig. Vooral in de steden die als gevolg van de industrialisatie snel groeiden, ontstonden bizarre toestanden. Gemeenten bleven onder invloed van de liberale sfeer gedurende een groot deel van die eeuw passief op het terrein van de volkshuisvesting. Pas aan het einde van de 19e eeuw ontstond er een kentering. In brede kringen werd de behoefte gevoeld aan de totstandkoming van een Woningwet, die de overheid in staat moest stellen actiever te worden op het terrein van het woningvraagstuk. In 1901 werd –na een wetprocedure van twee jaar- middels het Staatsblad de Woningwet de wereld ingeworpen. Uitgangspunt van de wet was vergaande decentralisatie. De gemeentebesturen hadden de eerste verantwoordelijkheid en moesten o.a. een bouwverordening maken.
Bouwverordening 1905
De eerste aanzet tot het opstellen van een dergelijke verordening in Rosmalen werd gegeven door de Gezondheidscommissie in Boxtel. Bij brief van 5 december 1903 zond de Commissie het gemeentebestuur een concept-verordening die was ontworpen door de administratieve vereeniging voor Eindhoven en omstreken. Deze zou als leidraad kunnen worden genomen, zo gaf de Gezondheidscommissie in overweging. Binnen een week na binnenkomst van de brief werd een ontwerp-bouwverordening al in de vergadering van B&W behandeld. Het leidt daarom geen twijfel dat het concept van de administratieve vereeniging zonder veel omhaal is overgenomen. Volledige zekerheid daaromtrent hebben we echter niet, aangezien het Eindhovense concept noch het (eerste) Rosmalense ontwerp bewaard zijn gebleven. In de daaropvolgende raadsvergadering van 18 december werd de ontwerp-verordening aan de raad aangeboden. Het wachten was vervolgens op het ter zake gevraagde advies van de Gezondheidscommissie. Dat advies kwam af op 15 februari 1904 – ook de inhoud hiervan konden we helaas niet achterhalen, aangezien het evenmin bewaard is gebleven in het archief van de gemeente Rosmalen, terwijl het archief van de Gezondheidscommissie Boxtel niet meer aanwezig is. De volgende stap liet nu niet lang op zich wachten: de gemeenteraad stelde in zijn vergadering van 10 mei 1904 met algemene stemmen de Bouwverordening vast.
De provincie kwam vervolgens in beeld om goedkeuring te verlenen, maar in deze hogere bestuurslaag stropte de procedure. Het College van Gedeputeerde Staten (GS) vroeg de betrokken Inspecteur voor de Volksgezondheid om een advies. Zijn antwoord liet bijna een jaar op zich wachten! Hij kwam op 10 maart 1905 met een aantal wenken van de woninginspecteur, die GS vervolgens twee weken later doorstuurden aan B&W van Rosmalen, met verzoek de Bouwverordening overeenkomstig te wijzigen en aan te vullen. (Het wordt eentonig, maar helaas ook is het advies van de woninginspecteur in het archief van het provinciebestuur noch in het archief van het gemeentebestuur bewaard gebleven.)
De gemeenteraad van Rosmalen heeft de wijzigingen overgenomen en dien overeenkomstig de Bouwverordening opnieuw vastgesteld in zijn vergadering van 2 juni 1905. Het provinciebestuur gaf nu wel groen licht: de verordening werd op 8 juni d.a.v. goedgekeurd.
De Bouwverordening regelde ook de procedure, vorm en inhoud met betrekking tot bouwvergunningen. In de inventaris van het archief van de gemeente Rosmalen (1996), gemaakt door wijlen archivaris Jan Mikkers, worden bouwvergunningen vermeld vanaf het jaar 1906. In het notulenboek van B&W van Rosmalen worden eerst met de vergadering van 28 maart 1907 aangevraagde bouwvergunningen behandeld (in de lijst van bouwvergunningen in de inventaris van Mikkers de nummers 12 e.v.). Ongeveer tezelfdertijd heeft de gemeente Rosmalen een plaatselijke bouwkundige aangesteld, die moest onderzoeken of bestaande woningen aan de bepalingen van de Bouwverordening voldeden en of nieuw te bouwen woningen aan de gestelde eisen voldeden alvorens vergunning kon worden verleend. De gemeenteraad stelde hiertoe in zijn vergadering van 16 april 1907 Adrianus Kusters aan.
Adrianus Kusters (1858-1931) was de zoon van een Berlicumse timmerman, die zich met zijn trouw in 1891 in Rosmalen vestigde. We zouden hem als dorpsarchitect kunnen omschrijven. Van hem is een register bewaard gebleven (in kopie vroeger aanwezig bij het streekarchivariaat Langs Aa en Dommel, thans bij het Stadsarchief ’s-Hertogenbosch), waarin hij alle werkzaamheden heeft aangetekend, met inbegrip van de financiën.
De beloning voor zijn werk als controleur voor de woningbouw, werd gelijktijdig bij zijn aanstelling vastgesteld:
- een nieuw te bouwen huis f 5,-
- verbouwen of bijbouw f 2,50
- een bestaande woning f 0,25.
Dat alle begin moeilijk is, blijkt ook wel bij deze Bouwverordening. De hierboven al genoemde Gezondheidscommissie moest na een bezoek aan de gemeente in 1908 vaststellen dat geen van de nieuw gebouwde woningen aan de eisen van de Bouwverordening voldeden.
Zelfs bij twee nieuwgebouwde woningen waarvan Kusters de architect was, was niet de hand gehouden aan de geldende verordening. Het oordeel van de Commissie was dan ook scherp: “Waar de controleering der bouwverordening is opgedragen aan iemand die zelf de bepalingen der bouwverordening niet opvolgt, is het niet te verwonderen, dat de woningtoestanden in Uwe gemeente zeer veel te wenschen overlaten.”
Het aanstellen van een controlerend iemand die tegelijkertijd zijn eigen werk moet beoordelen, is voor onze 21ste eeuwse begrippen een vreemde en ongewenste zaak. Om een bekende beeldspraak te gebruiken: het is als de slager die zijn eigen vlees keurt.
In hoeverre Adrianus Kusters zijn tekortkomingen heeft goedgemaakt en of aan de Bouwverordening in latere jaren wel strikt de hand gehouden is, hebben wij niet nagegaan.
Bronnen en literatuur
Stadsarchief ’s-Hertogenbosch
Archief gemeente Rosmalen 1811-1936, inv.nr. 11 (notulen gemeenteraad 1903-1912), vergaderingen 18 december 1903, 17 februari 1904, 10 mei 1904, 2 augustus 1904, 16 april 1905, 2 juni 1905 [tekst Bouwverordening], 21 juli 1905, 16 april 1907; inv.nr. 16 (notulen B&W 1882-1911), vergaderingen 15 december 1903, 28 maart 1907; inv.nr. 1063 (bouwverordeningen 1905-1935).
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), ’s-Hertogenbosch
Archief Provinciaal bestuur Noord-Brabant 1814-1920 (toegang 17), inv.nr. 7467 (agenda, tevens register van notulen 1904, 2e kwartaal), vergadering 19 mei 1904 (nr. 79); inv.nr. 7470 (agenda, tevens register van notulen 1905, 1e kwartaal), vergadering 23 maart 1905 (nr. 4); inv.nr. 7471 (agenda, tevens register van notulen 1905, 2e kwartaal), vergadering 28 juni 1905 (nr. 117).
Will Croonen, Adrianus Kusters, bouwkundige te Rosmalen, 1858-1931, in: Rosmalla, jrg. 1(1990-1991) nr. 2(april 1991), p. 18-23.
W. Croonen, A. Kusters, bouwkundige te Rosmalen, in: Rosmalla, jrg. 1(1990-1991) nr. 4(september 1991), p. 11.
Jo Versteijnen en Redactie, Aanvragen en vergunningen voor hinderwet, in: Rosmalla, jrg. 22(2012) nr. 3(september), p. 15-18.